EXPERIMENT: DE TUNNEL
Zoek twee vrienden (B en C) om jou te helpen (A).
Je hebt een papieren 'tunnel' nodig. Knip bijvoorbeeld de onderkant uit een papieren zak, of neem een groot stuk papier dat je met plakband tot een koker plakt - groot genoeg om jullie gezichten in beide uiteinden te kunnen steken.
A en B gaan in voldoende licht zitten, doen de zak of koker open, en plaatsen hun gezichten in de uiteinden. C stelt rustig de volgende vragen:
1. Uitgaande van jouw directe ervaring op dit moment (en niet van wat jij je herinnert of verbeeldt), hoeveel gezichten zijn er in de tunnel?
2. Is jouw uiteinde gesloten, of open?
3. Zijn jullie van aangezicht tot aangezicht, of van aangezicht tot geen-aangezicht?
A en B komen even uit de tunnel voor wat frisse lucht en gaan weer terug naar binnen. C stelt de volgende vragen:
1. Zou dat gezicht daar vorm kunnen hebben als jij zelf niet leeg was?
2. Zou dat gezicht iets kunnen zijn als jij zelf niet niets was?
3. Zou dat gezicht kleur kunnen hebben als jij zelf niet vrij van kleur was?
4. En hoe zit dat met de tegenstelling ondoorschijnend / transparant?
5. En bewegend / stil?
6. Complex / eenvoudig?
7. Begrensd / onbegrensd?
8. Veranderlijk / onveranderlijk?
Na een volgend rustmoment, terug in de tunnel voor meer vragen:
1. Ben jij nu (als eerste persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd) een ding dat oud kan worden en vergaan, dat ooit begon en ooit zal eindigen?
2. Niet langer in staat om te zeggen 'ik ben dit of dat', ben jij nu nog steeds in staat om te zeggen 'IK BEN'?
3. Wie of Wat is dit ongeboren, onsterfelijke 'IKBEN'?
Korte pauze
1. Lijk jij hier (op 0 cm afstand) ook maar het minst op jouw partner daar (op 30 cm afstand)?
2. Kun jij welke 'materie' dan ook (hoofd, gezicht, ogen�) vinden aan jouw kant van de tunnel?
3. Kun jij zoiets als 'geest' of 'bewustzijn' ontwaren aan de andere kant?
4. Heb jij een dubbele leugen geleefd - bewustzijn toekennen aan het gezicht daar, en een gezicht aan het bewustzijn hier?
5. Zou deze dubbele leugen wel eens de oorzaak kunnen zijn van jouw persoonlijke relatieproblemen, van al jouw problemen?
Korte pauze
1. Kun jij dat gezicht duidelijker, doordringender en met minder angst bekijken, nu het alleen een kleurige, bewegende vorm blijkt te zijn?
2. Vind jij dat gezicht, nu het ontspookt is en deel van het decor, minder de moeite waard om van te houden?
3. Is 'geest' deelbaar, en minder van jouw partner nu het niet door die ogen blijkt te loeren?
4. Kun jij nu tegen jouw partner zeggen: "Jouw gezicht is niet meer dan jouw tijdelijke verschijningsvorm; ik ben niet minder dan jouw eeuwige realiteit"?
5. Kun jij nu overal en tegen alle wezens zeggen: "Hier ben ik jou"?
Voor verder onderzoek: is wat jij in de tunnel hebt ontdekt, ook altijd waar buiten de tunnel? Kom nu uit de tunnel.
EXPERIMENT: DE TUNNEL
Zoek twee vrienden (B en C) om jou te helpen (A).
Je hebt een papieren 'tunnel' nodig. Knip bijvoorbeeld de onderkant uit een papieren zak, of neem een groot stuk papier dat je met plakband tot een koker plakt - groot genoeg om jullie gezichten in beide uiteinden te kunnen steken.
A en B gaan in voldoende licht zitten, doen de zak of koker open, en plaatsen hun gezichten in de uiteinden. C stelt rustig de volgende vragen:
1. Uitgaande van jouw directe ervaring op dit moment (en niet van wat jij je herinnert of verbeeldt), hoeveel gezichten zijn er in de tunnel?
2. Is jouw uiteinde gesloten, of open?
3. Zijn jullie van aangezicht tot aangezicht, of van aangezicht tot geen-aangezicht?
A en B komen even uit de tunnel voor wat frisse lucht en gaan weer terug naar binnen. C stelt de volgende vragen:
1. Zou dat gezicht daar vorm kunnen hebben als jij zelf niet leeg was?
2. Zou dat gezicht iets kunnen zijn als jij zelf niet niets was?
3. Zou dat gezicht kleur kunnen hebben als jij zelf niet vrij van kleur was?
4. En hoe zit dat met de tegenstelling ondoorschijnend / transparant?
5. En bewegend / stil?
6. Complex / eenvoudig?
7. Begrensd / onbegrensd?
8. Veranderlijk / onveranderlijk?
Na een volgend rustmoment, terug in de tunnel voor meer vragen:
1. Ben jij nu (als eerste persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd) een ding dat oud kan worden en vergaan, dat ooit begon en ooit zal eindigen?
2. Niet langer in staat om te zeggen 'ik ben dit of dat', ben jij nu nog steeds in staat om te zeggen 'IK BEN'?
3. Wie of Wat is dit ongeboren, onsterfelijke 'IKBEN'?
Korte pauze
1. Lijk jij hier (op 0 cm afstand) ook maar het minst op jouw partner daar (op 30 cm afstand)?
2. Kun jij welke 'materie' dan ook (hoofd, gezicht, ogen�) vinden aan jouw kant van de tunnel?
3. Kun jij zoiets als 'geest' of 'bewustzijn' ontwaren aan de andere kant?
4. Heb jij een dubbele leugen geleefd - bewustzijn toekennen aan het gezicht daar, en een gezicht aan het bewustzijn hier?
5. Zou deze dubbele leugen wel eens de oorzaak kunnen zijn van jouw persoonlijke relatieproblemen, van al jouw problemen?
Korte pauze
1. Kun jij dat gezicht duidelijker, doordringender en met minder angst bekijken, nu het alleen een kleurige, bewegende vorm blijkt te zijn?
2. Vind jij dat gezicht, nu het ontspookt is en deel van het decor, minder de moeite waard om van te houden?
3. Is 'geest' deelbaar, en minder van jouw partner nu het niet door die ogen blijkt te loeren?
4. Kun jij nu tegen jouw partner zeggen: "Jouw gezicht is niet meer dan jouw tijdelijke verschijningsvorm; ik ben niet minder dan jouw eeuwige realiteit"?
5. Kun jij nu overal en tegen alle wezens zeggen: "Hier ben ik jou"?
Voor verder onderzoek: is wat jij in de tunnel hebt ontdekt, ook altijd waar buiten de tunnel? Kom nu uit de tunnel.
|