De Hoofdloze Weg
Een methode voor zelfonderzoek
ontwikkeld door Douglas E. Harding
NoFacebook page on Facebook Facebook
Headless Way page on Facebook Facebook
Sign up for our Newsletter Newsletter
Sign up for our Online Course eCourse

Hardings methode

J.C. Amberchele

Wat voor ideeën ik ook heb gehad over hoe dingen werken in deze wereld, ze hebben me niet ver gebracht, gezien het feit dat ik meer dan twintig jaar heb doorgebracht in de gevangenis. De meeste van mijn overtuigingen heb ik gekregen van mijn vader en van John Wayne. Alles dat niet extreem ruig en extreem stoer was, daar schaamde ik mij enorm voor. Eigenlijk leefde ik in een bijna voortdurende staat van schaamte omdat ik nooit kon voldoen aan de lachwekkende standaards die ik zonder vragen had geaccepteerd en die ik omgezet had in een raamwerk van verwachtingen waaraan ik noch iemand anders zou kunnen voldoen: hoe ik zou moeten handelen, hoe anderen mij zouden moeten behandelen of zich zouden moeten gedragen in mijn aanwezigheid, hoe de dagen, maanden en jaren zich zouden moeten ontvouwen in mijn voordeel.

Onnodig te zeggen dat ik wereldwijd een schoolvoorbeeld werd voor controle freaks. En zoals alle controle freaks, droeg ik onder een façade van opgepoetste kracht een gevoel van leegte en doem, altijd heen en weer bewegend in de oorlog tussen wie ik dacht dat ik zou moeten zijn en wie ik dacht dat ik was. In een onbewust waas werd ik steeds meer zelfdestructief en nam anderen daarin mee.

En toen, jaren geleden, na al een hele periode van deze gevangenisstraf uitgezeten te hebben, keek ik toevallig naar een interview van PBS Bill Moyers met Joseph Campbell en ik besloot om meditatie te proberen. In het begin was dat moeilijk, door de vele mensen en het lawaai en de gang van zaken in de celblokken. Maar al snel ontdekte ik dat ik tijdens het mediteren weinig verwachtingen had, voor mijzelf of voor anderen, alsof er geen anderen waren. Het was een plek zonder normen en schaamte, een veilige plaats waar ik niet langer mijn misleide wil moest laten gelden. En behalve tijdens een zeldzame ervaring door drugs of gedurende de momenten van levensbedreigende stress in mijn lange criminele carrière, was het de eerste keer dat ik werkelijk mijzelf opmerkte, die zuivere aandacht van “Ik ben” in het centrum van mijn bewustzijn, die, dat werd nu duidelijk, daar altijd aanwezig was geweest.

Het mysterie werd vanaf dat moment de vraag hoe dit “ik” was ontstaan en van waaruit het voortdurend bleef opkomen. De oude manier van denken, dat ik een gescheiden bewustzijn kon zijn in een gescheiden denken en lichaam, was veel te pijnlijk om te accepteren. Dit was de manier die me was aangeleerd, de manier van mijn vader en alle anderen met wie ik mijzelf vergeleek; dit was de weg van spanning en conflict en oneindige zelfmarteling. Er moest een andere uitleg zijn.

Dit leidde tot zes jaar obsessief lezen. Ik wilde het onuitgesproken voorgevoel onderzoeken dat ik sinds mijn LSD dagen in de jaren zestig had gehad. Het had zich voordien gemanifesteerd als angst en werd opnieuw opgeroepen gedurende het Campbell interview: namelijk dat in de wortels van alle grote religies een identieke boodschap schuilt, een zo duidelijke en zo basale boodschap dat woorden niet nodig zijn voor de realisatie ervan. Ik veronderstelde dat mijn perceptie van de wereld en mijn zogenaamde plaats erin illusoir waren, dat de realiteit niet was wat ik en de meeste anderen hadden gedacht. Het was alsof de mensheid de ontvanger was van een grap die het universum bedacht had om met zichzelf te spelen. En het was duidelijk dat mijn leven tot nu toe een gevecht tegen de ontdekking van deze kennis was, vasthoudend als het ware aan de leugens die me waren aangereikt, uit de band springend om de waarheid te vermijden.

Ik las boeddhistische teksten. Ik las Gurdjieff en Ouspensky. Ik las alles wat ik kon vinden over christelijke mystiek. Ik verslond Hafiz en Rumi, daarna stortte ik mij op het werk van de grote Indiase wijzen. Ik vond Wei Wu Wei, ging daarna terug naar het boeddhisme en dook daar lange tijd in onder. Ik was vastberaden om dit uit te zoeken, dit mysterie in de kern van de zaak.

En toen op een dag las ik een artikel van Douglas Harding over zijn zogeheten “hoofdloosheid” en er gebeurde iets. Zien Wie we zijn, zoals Harding uitlegde, was elementair en zo eenvoudig dat we erover heen kijken. Bij het ontbreken van herkenning stichten wij filosofische en religieuze structuren van monumentale omvang, waardoor we het des te meer verbergen. En ondertussen is het al Hier, dichterbij dan dicht.

Op dit punt dacht ik aan een oud Soefi verhaal van een hoogst geïrriteerde Mullah Nasrudin die de stad binnenreed, schreeuwend dat hij zijn ezel verloren had, totdat hem duidelijk werd gemaakt dat hij er waarachtig op zat.

De boodschap was duidelijk; “We kunnen Het niet zien omdat we Het zijn,” en de gevolgen verbijsterden het denken. De illusie – de woorden die ik heb gebruikt om mijn bedenkelijke indruk van de wereld te beschrijven – bleek ineens het ultieme understatement. Het was niet alleen illusoir, het was honderd procent achterstevoren! Ik was niet langer in het universum; je kon beter zeggen: het universum was in mij, inclusief welk concept ik ook had van een verondersteld “zelf”, lichaam en geest. Ik was zoals Harding zei, “Ruimte” voor de wereld om in te verschijnen. Ruimte die actief participeerde in de creatie van diezelfde wereld! Dit was verbazingwekkend!

Er bij blijven was een andere zaak. Zoals iedereen was ik geconditioneerd om over mezelf te denken als een afgescheiden individu met een afgescheiden kennen, een bewustzijn dat mysterieus ontspruit uit het sponzig materiaal in mijn hoofd. Harding onthulde het tegenovergestelde, evenals, zoals ik me nu realiseerde, alle anderen inclusief de stichters van de grote religies. En net zoals hun volgelingen, kon ik onmogelijk open blijven; kon ik mezelf niet beletten terug te keren naar de misleidingen die me als kind waren aangeleerd. Het was alsof ik opgesloten zat in mijn eigen hoofd.

Er viel niet aan te twijfelen, de strijd ging verder. Het was duidelijk: ik kon een leven lang met gekruiste benen zitten, ik kon alleen leven in een berggrot in Tibet, ik kon me trainen in elke lijn van elke traditie, en nog steeds eruit komen met een misleid inzicht, steeds mezelf ziend als een afgescheiden subject dat andere objecten ziet. Ik wilde de leugen van me af werpen en terugkeren naar de waarheid, nu. En het ondragelijke was dat ik bleef vergeten. Hoe maak je de omschakeling?

Ik heb die vraag nooit beantwoord, tenzij om te zeggen dat er misschien geen omwenteling is. Er tegen vechten lijkt de misleiding enkel te versterken. Het boeddhistische idee dat nirvana en samsara identiek zijn bevat de sleutel, natuurlijk, maar ik wil ernaar leven, niet er over denken.

En toen gebeurde er iets hier in de gevangenis gedurende één van de boeddhistische bijeenkomsten, die we af en toe hielden. Er zijn in deze instelling vijftienhonderd mannen, en maar negen van ons zien zichzelf als boeddhist, en maar een half dozijn waren gekomen. Genoeg echter voor een klein wonder.

We hadden een kleine meditatie beëindigd en één van de mannen was een discussie begonnen over de zin van “leegte”, wat het effect had van de spreekwoordelijke beerput te openen: er ontstond een bekvechten, dat, omdat dit een gevangenis is, snel overging in geduw en getrek. Ik dacht: ‘Het is beter om terug te gaan naar meditatie, de adem volgen’ maar niemand was in de stemming. De ruzie ging verder en ik overwoog om weg te gaan, maar toen herinnerde ik me Hardings woorden over deze Ruimte Hier, Openheid, zelfs voor ruzie, en ik herinnerde me de experimenten.

De experimenten zijn ongelooflijk simpel en alles bij elkaar radicaal. Het feit dat zij zowel simpel als radicaal zijn bewijst voor mij dat ze juist zijn. Maar toen ik voor het eerst met ze kennis maakte in Hardings boeken moest ik lachen, ze waren zo maf. Maar toen snapte ik het, ik “kreeg het beet” zoals ze zeggen, ik wist dat ze in de juiste richting wezen terwijl de rest van de wereld dat niet deed.

Dus stond ik op, de anderen keken mij aan, en ik begon een loopmeditatie rond onze kleine cirkel van stoelen, en al gauw deden de anderen mee. Het idee is om je mond te houden en je gedachten te beperken tot een minimum door je te richten op de gewaarwordingen in je voeten terwijl je loopt. Maar deze keer vroeg ik iedereen te vergeten wat ze tot nu toe geleerd hadden, alles, alsof ze voor het eerst geboren werden in deze ruimte en alles nieuw en vreemd vonden. Ik vroeg ze hun aandacht te brengen naar Nu, en Nu , en Nu alsof gedachten aan het verleden en de toekomst niet bedacht konden worden. Ik herinnerde me Hardings verslag van het rijden in een auto, kijkend naar telefoonpalen die voorbij gleden, terwijl hijzelf bewegingloos was. En zo vroeg ik iedereen om hetzelfde te doen, zich voor te stellen dat de vloerbedekking bewoog, niet zijzelf, kijken naar de muren en de stoelen die langs gleden, de kamer die wild bewoog als zij draaiden.

Dit veroorzaakte wat gegrinnik en na een minuut of twee gingen we opnieuw zitten en ik vroeg de groep te wijzen naar het plafond, om hun hand op te merken en waar hun vinger naar wijst, in dit geval de plafondtegels en de lichtarmaturen. Daarna wezen we naar de muur, de vloer, onze schoot, onze borst, opmerkend dat het elke keer een object was (onze hand) dat wees naar andere objecten, met hun verschillende beschrijvende eigenschappen. Maar tenslotte wezen we naar de plek van waaruit we naar buiten kijken, en ik herhaalde vragen die Harding had gesteld: “Als je je conditionering laat vallen, alles wat je geleerd hebt laat vallen en alleen voortgaat op het aanwezige bewijs, wat is het dan juist waar je nu naar wijst: een ondoorzichtig, rond, afgescheiden en solide object dat verwant is met die dingen daarbuiten, of wijs je naar een Ruimte voor deze dingen, Beschikbaarheid? Is deze Ruimte niet grenzeloos, smetteloos, en totaal transparant, en is het niet deze onbegrensde Beschikbaarheid die de kamer opneemt en alles waar je naar kijkt? Is het niet wakker, en vind je deze Wakkerheid nog ergens anders in de wereld behalve Hier?”

Niemand zei een woord. We hadden geen spiegels en kaarten met gaten daarin of papieren zakken voor de andere experimenten, maar ik bedacht dat we, voordat ze me allemaal zouden bespringen, confrontatie – iets waar wij gevangenen bekend mee zijn – konden aanpakken door in paren tegenover elkaar te gaan zitten. Hardings “gezicht tot geen-gezicht” experiment gebruikt een normale supermarkttas waar de bodem uit is gehaald, zodat beide uiteinden open zijn. Eén partner plaatst een uiteinde over zijn gezicht, net zoals de andere partner. Het algemeen geaccepteerde idee is dat partners tegenover elkaar staan in de tas, aangezicht tot aangezicht. Dit is onze normale manier om met elkaar om te gaan. Maar Hardings vragen onthullen een andere kijk: ‘Vergeet alles wat je ooit is verteld en let alleen op het aanwezige bewijs: hoeveel gezichten zijn er in werkelijkheid? Ben je aangezicht tot aangezicht, of is het aangezicht daar en Ruimte hier? Sta je nu tegenover die persoon, of is het Beschikbaarheid hier voor die persoon daar ? Is het niet juist dat je hier helemaal niets heb, geen vlekje, waarmee je die persoon buiten kunt houden? Ben je niet zonder grenzen, doorzichtig, leegte aan deze kant en ben je tegelijkertijd niet gevuld met die persoon voor je, zodat je in zekere zin aan deze kant gestorven bent en verrezen als die persoon daar? Zijn we niet op deze manier gemaakt, om te sterven ten gunste van elkaar, en is dit niet de basis voor liefde?’

Nou, je kan je voorstellen wat ik verwachtte van mijn medegevangenen, maar ze verrasten mij. Wat ik hoorde was: “Wow!” en vlagen van gelach, en meer “Wows”. Ik weet niet of zij het begrepen, maar er gebeurde iets in die kamer, zelfs als het alleen mij betrof, of moet ik zeggen, de Ruimte aan deze kant, de Beschikbaarheid die altijd Hier is en altijd gevuld met alles wat daarbuiten is. Ik ging weg van deze bijeenkomst met de zekerheid uit ervaring dat Wie Ik Werkelijk Ben altijd beschikbaar is, altijd slechts een oefening weg.

En zo keerde ik terug naar mijn cel kijkend hoe het trottoir en de omheiningen en de gebouwen voorbij gleden terwijl ik bewegingloos bleef, zoals ik altijd ben geweest. Ik hoef alleen maar met mijn vinger te wijzen om me eraan te herinneren te kijken naar de plaats van waaruit ik kijk. En ik heb alleen het beeld van een gezicht nodig om te weten dat het einde van de confrontatie Hier is. En ik realiseerde mij nog iets anders toen ik die bijeenkomst verliet: dat alles wat voorbijgleed niet anders was dan Wie ik ben; Ik was, ongelofelijk, door Mijzelf aan het lopen, in ontzag voor elke voetstap.

Dus wil ik Douglas Harding bedanken. Ik ben dankbaar voor zijn wijsheid, die natuurlijk mijn wijsheid en ieders wijsheid is, of we ons dat nu realiseren of niet. Ik ben dankbaar voor alles wat komt en gaat en het moment zelf, en voor alle gezichten ten gunste van wie ik gemaakt ben om te verdwijnen. Inbegrepen zelfs die eigenaardige daar in de spiegel.

Headless on Youtube
Click here for workshops with Richard Lang
Click here for details on the next Summer Gathering in the UK
Click here for details on the American Gathering
Click here for information on online hangouts
Click here fora free e-course
The Youniverse Explorer is now available
Click here for our online shop
Click here to get the free Headless iPhone app
Click here for downloadable videos of Douglas Harding
Click here for the Latest News
Click here to Donate